artikel

Horeca Foodgroup: ‘Ondernemers, wees creatiever’

Snacks 379

Horeca Food Group (HFG) bestaat 30 jaar. Een goed moment om samen met directeur Werner Buijsen en voorzitter Louis Peperzak het huidige snackaanbod in de cafetaria onder de loep te nemen. Doen ondernemers genoeg om zich te onderscheiden en kunnen fabrikanten en leveranciers daaraan bijdragen? ‘Ik denk dat er iemand op moet staan.’

Horeca Foodgroup: ‘Ondernemers, wees creatiever’
Werner Buijsen (links) en Louis Peperzak van Horeca Foodgroup. Foto: Peter Roek

De Horeca Foodgroup (HFG), dat dit jaar het 30-jarig bestaan viert, is een netwerk van op dit moment 27 samenwerkende groothandels door heel Nederland. De leden zijn middelgrote en kleine bedrijven met een omzet van tussen de €4 en €10 miljoen, die de inkoop hebben gebundeld. Naast financiële voordelen heeft dit ook een breed assortiment tot gevolg dat overal en voor iedereen beschikbaar is. Ook op zaterdag en zondag, want een hoge servicegraad is de manier waarop HFG zich wil onderscheiden van de rest.

Snacks en innovatie

Door de 60 jaar gezamenlijke ervaring die directeur Werner Buijsen en voorzitter Louis Peperzak inmiddels in hun broekzak hebben, en hun vele voelsprieten in de markt, weten ze heel goed wat er gebeurt in snackland en de ondernemers die daarin hun brood verdienen. Daarom zijn deze twee heren prima gesprekspartners om de staat van snacks en de innovatie op dat gebied eens onder de loep te nemen, tijdens een werkbezoek aan horecagroothandel Harry de Louw in Waalwijk.

Hoe kijken jullie aan tegen de ontwikkeling van nieuwe snacks?
Buijsen: ‘Er zijn de laatste jaren eigenlijk weinig nieuwe snacks doorgebroken. Het is vooral een andere receptuur, een maatje groter of kleiner.’
Peperzak: ‘De kroket en bitterbal zijn wel verbeterd zijn qua smaak en kwaliteit.’
Buijsen: ‘Ja, dat is de receptuur. En er zijn ook veel variaties op de kroket gekomen met verschillende soorten ragout. Maar er is niet echt een nieuwe snack doorgebroken.’

Hoe komt dat?
Buijsen: ‘Ondernemers switchen niet zo heel snel naar iets nieuws. Ze vinden het leuk voor een maandmenu, maar op lange termijn blijft er heel weinig hangen. En fabrikanten willen op korte termijn rendement behalen. Dus nieuwe snacks krijgen weinig tijd. De introducties die zijn geslaagd, zijn langzaam opgekomen.’

Kunnen jullie een voorbeeld geven?
Buijsen: ‘Het meest recente voorbeeld is Souflesse van Swinkels. Ze hebben er jaren over gedaan voordat het er stond, maar nu staat het ook als een huis.’
Peperzak: ‘Welke snacks waren 30 jaar geleden populair? Friet, kroketten, frikandellen en hamburgers. En die zorgen nog steeds voor de meeste omzet bij cafetaria’s.’

Dus, is het erg dat het snackassortiment traditioneel blijft?
Buijsen: ‘Helemaal niet. Maar dan moeten we met z’n allen ook niet heel krampachtig energie steken in al die innovaties waar de klant niet op zit te wachten. Dan kunnen we beter de markt upgraden en zorgen dat er meer consumenten naar de cafetaria komen.’

Hoe?
Buijsen: ‘Kijk naar de hamburger. 10 jaar geleden was dat een platgeslagen schijfje. Die is nu opgewaardeerd tot een mooie burger waarvoor we meer geld kunnen vragen. Dat zouden we met meer snacks moeten doen. De ondernemer moet creatiever worden met het aanbod door een goede presentatie van zijn eindproduct. Daar kun je veel meer doen, waardoor het product aantrekkelijker wordt en de consument een betere ervaring heeft.’

Horeca Foodgroup

Louis Peperzak (links) en Werner Buijsen. Foto: Peter Roek.

Doen leveranciers en fabrikanten genoeg om de cafetaria te helpen?
Peperzak: ‘Meer dan voorheen. Toen ik bij Remia zat, kregen we het verwijt dat fabrikanten te veel aan de zijlijn bleven staan en niets deden om de cafetaria’s meer cachet te geven, betere producten te introduceren en het rendement te verhogen. De frikandel werd bijvoorbeeld nog met de hand gebroken en op een wit broodje van 8 cent gedaan. Toen heb ik ondernemers uitgedaagd en hebben we samen met de Rabobank en KHN het project Horeca Beter Rendement opgezet. Onderdeel was ondernemers in de leer gingen bij succesvolle collega’s. Je zag dat ze daarna een beter rendement behaalden en nieuwe producten ontwikkelden. Zoals maaltijden voor ouderen, iets wat de cafetaria’s tot dan toe lieten liggen. Maar dat project is een schone dood gestorven.’

Hoe kwam dat?
Peperzak: ‘Een gebrek aan belangstelling bij ondernemers op dat moment. Dat vonden wij vreemd. Degenen die het programma hadden gevolgd, waren enthousiast. Maar veel ondernemers hadden het niveau niet om te kunnen inzien wat ze ermee konden bereiken.’

Is zo’n initiatief nu ook nodig?
Peperzak: ‘Ja, ik denk het wel. Ik denk dat er echt iemand moet opstaan om zoiets op te zetten. Dat kunnen fabrikanten en leveranciers zijn. Wij, als groothandel en fabrikant, moeten gezamenlijk met de ondernemer de innovaties en de bestaande producten aantrekkelijker maken voor de eindklant. Ik denk dat je dan een beter rendement kunt halen.’

Maar het gaat toch goed in de horeca?
Buijsen: ‘Heel goed.’
Peperzak: ‘Het gaat goed omdat er welvaart is. Als de welvaart afneemt, gaan mensen thuis frituren.’

Of staat bij veel ondernemers het water aan de lippen?
Peperzak: ‘Qua personeel wel, financieel zit het wel goed in deze branche.’

Maar verhalen over ondernemers met nauwelijks inkomen, zijn bekend.
Peperzak: ‘Natuurlijk zijn er ondernemers waar het slecht mee gaat. Wij kijken naar onze leden, de groothandels. Dat zijn onze voelsprieten. Als een groothandel in de financiële problemen zit, komt het doordat ondernemers niet betalen. Daar is er op dit moment geen sprake van.’
Buijsen: Bij cafetaria’s zie ik een plus. Als we onze omzet friet en frikandellen zien stijgen, schrijven we dat toe aan de cafetaria’s en niet aan die paar doosjes in de sportkantine.’
Peperzak: ‘We zijn tot nu toe 15 procent gestegen in omzet friet en snacks. Vorig jaar was het 9 procent. Maar we hebben natuurlijk een prachtige zomer gehad.’

Horeca Foodgroup

Foto: Peter Roek.

Ondernemers zijn niet blij met acties van fabrikanten in de supermarkt op producten die zij bij de groothandel duurder moeten inkopen. Terecht?
Buijsen: ‘Ja, maar ik zie het ook andersom: cafetaria’s die bij de groothandels voordeel krijgen, maar dat vaak niet naar de consument doorzetten.’
Peperzak: ‘Dat is ook lastig. Als je een emmer frituurvet of doos snacks met een euro voordeel hebt gekocht, is het heel moeilijk om daarvan een actie te maken.’
Buijsen: ‘Maar je kunt wel een keer gratis een nieuwe saus weggeven, of een grote friet voor de prijs van een kleine. Of bij aankoop van een tientje een gratis kroket erbij. Dat soort acties zie je bijna nooit.’
Peperzak: ‘Er zijn ook ondernemers die producten in de supermarkt kopen om ze in de cafetaria te gebruiken. Dat begrijp ik wel. Maar wij kunnen niet de grote aantallen kopen zoals een Albert Heijn dat kan.’

Is het niet zo dat fabrikanten zich meer op de retail richten?
Peperzak: ‘Klopt. In de retail zie je meer innovaties. Een retailer zit dicht op de consument en kan het koopgedrag registreren. In de out-of-homemarkt is dat lastig, er zijn dan ook weinig cijfers beschikbaar. En daar is het koopgedrag veel meer afhankelijk van het weer en de locatie. Die consument is zeer grillig.’
Buijsen: ‘Fabrikanten die aandacht geven aan foodservice, die groeien.’
Peperzak: ‘Kijk naar Topking, die heeft zijn hele keten goed voor elkaar. Die liggen met hun producten wel in de retail, maar zijn daar duur en gebruiken een andere verpakking. De focus ligt op foodservice.’

Reageer op dit artikel