artikel

Jurjen Rollingswier: ‘Ik neem mijn eigen mayonaise mee als ik uit eten ga’

Bedrijfsvoering 1686

Jurjen Rollingswier: ‘Ik neem mijn eigen mayonaise mee als ik uit eten ga’
https://www.snackkoerier.nl/bedrijfsvoering/nieuws/2019/09/mcdonalds-bouwt-reclameborden-om-tot-bijenkorven-101302939

Hij is al 40 jaar oliedom, zegt hij zelf gekscherend. De impact van Jurjen Rollingswier op friturend Nederland kan echter niet worden onderschat. En de manier waarop de jubilerende olieboer zijn doelen met Levo heeft bereikt, is een voorbeeld voor alle ondernemers.

Als Jurjen Rollingswier een rondleiding door de Levo-fabriek geeft, loopt hij als eerste via de zolder van het kantoorpand naar het dak van de achterliggende fabriekshal. De 63-jarige olieman lijkt net een kleine jongen die via een geheime route stiekem op het dak klimt om iets gaafs te laten zien.

Hier, boven de olie-afvulafdeling, is de recente groei en toekomst van de olie- en sausfabrikant goed zichtbaar. We kijken uit op de margarinefabriek en de sausfabriek, die in 2015 is gebouwd. De Martinikerk in het centrum van Franeker, aan de andere kant van het kanaal, maakt het panorama-uitzicht compleet.

Levo overgenomen

‘In 1979 zou ik naar Amerika gaan, om in Boston marketing te studeren. Mijn moeder belde, of ik alsjeblieft in de zaak wilde komen.’

Het gaat in die tijd slecht met Levo. ‘Het bedrijf dreigde failliet te gaan, dus toen heb ik het maar gedaan. Na drie maanden stelde ik voor om het te kopen, want dan kon ik het bedrijf op een manier leiden zoals ik dacht dat het moest. Uiteindelijk heb ik het in 1986 met de nodige strubbelingen gekocht.’

Van boter naar olie

In die jaren houdt Levo zich vooral bezig met roomboter, margarine en kaas. ‘Roomboter werd alsmaar minder, dus daar zijn we mee gestopt. We exporteerden steeds meer margarine en verkochten steeds meer olie.’

Als de fabrikant in december 1980 23 duizend liter olie verkoopt, valt de boekhouder bijna van zijn stoel. Nu vult de fabriek 12 duizend liter per uur op één lijn.

Levo

Foto: Anne van der Woude

Packzak blijkt goud waard

Hoewel Jurjen Rollingswier al 40 jaar in het vak zit, komt hij pas in 2004 in aanraking met de cafetariabranche. ‘We hadden al Grenada Gold voor vis- en oliebollenbakkers. Wij wilden het ook introduceren in de horeca, maar daar werkte men niet met 20-literblikken. En olie in emmers, dat deed de concurrent al.’

Als hij op een beurs een 5-literverpakkingszak ziet, weet hij dat hij het ei van Columbus heeft gevonden. Hij verzint de naam ‘packzak’ en verpakt de frituurolie per twee 5-literzakken in een doos.

‘Iedereen verklaarde mij voor gek. Wie verpakt nu frituurolie in een zak? Maar het werkt, en het is veel duurzamer. We gebruiken vijf keer minder plastic dan in een emmer, en het doosje kun je hergebruiken.’ Levo is nog steeds de enige die frituurolie op een dergelijke manier verpakt.

Levo

Voor de packzakken is een speciale, vrij dure machine ontworpen. Foto: Anne van der Woude

Grote wens is mayonaise

Dat Jurjen Rollingswier een vastberaden ondernemer is en aardig eigenwijs kan zijn, wordt nog eens duidelijk als het bedrijf in 2006 mayonaise gaat produceren. ‘Ook toen verklaarden ze me voor gek, want er zijn toch al zo veel mayonaises? Hoe ga je daar tussenkomen?’

Maar het is een lang gekoesterde wens. ‘We hebben met een proefpanel alle mayonaises en fritessauzen in Nederland geproefd. Dat waren er meer dan tien. Drie daarvan vonden wij het lekkerst.’

Negen maanden testen

Rollingswier strikt een productontwikkelaar uit Duitsland en zet ‘m in Franeker aan het werk. ‘We hebben hem de mayonaises laten proeven en gezegd: ‘Und das soll besser.’ Dat was zijn enige opdracht.’

In de maanden daarna komt de arme man talloze keren met een sample en zegt: ‘Ich glaube ich habe das geschafft.’ En dan is het ‘m weer niet. ‘De sauzenfabriek stond er al een paar maanden, maar we hadden nog geen emmer geproduceerd. Na negen maanden had hij het voor elkaar. Toen zijn we pas gestart.’

Met eigen mayo naar restaurants

De liefde voor zijn eigen producten gaat best ver. Bijvoorbeeld als hij uit eten gaat. ‘Er is een restaurant in Amsterdam waar ik graag kom, en die kok maakte zijn eigen mayonaise. Fantastische kok, maar ik vind zijn mayonaise niet lekker. Dus ik neem altijd mijn eigen mayonaise mee. De eigenaar liet me laatst weten dat hij onze emmers bij de groothandel ging inkopen.’

Vier generaties bij Levo

De opa van Jurjen Rollingswier begint in 1916 met de verwerking van rundvet voor consumptie, en voor boeren. Vader Pier Simon komt in 1951 aan het roer en in 1979 is het de beurt aan Jurjen.

Als hij als 23-jarige bij het bedrijf begint, is de fabriek een kleine 600 vierkante meter groot. In 2019 heeft Levo inmiddels 20.000 vierkante meter bebouwd. Jurjen vormt samen met zijn kinderen Birgit, Simon en Frank de directie van het bedrijf en houdt zich voornamelijk bezig met inkoop. Hij reist regelmatig naar Chili, waar zijn dochter Esther woont.

Levo

Foto: Anne van der Woude

Familie boven alles

Producten zijn belangrijk, maar boven alles is de voormalig directeur een familieman. Dat blijkt onder meer als op 19 oktober in 2013 het noodlot toeslaat. De grote brand in het centrum van Leeuwarden verwoest ook zijn huis, waar hij woont met zijn zoon Frank. Erger nog; zijn buurjongen overleeft de brand niet.

‘Ik ben toen met Simon kleding en een tandenborstel gaan kopen, want we hadden niets meer. De volgende ochtend zaten we te ontbijten met alle kinderen. Ik zei: ‘Elke traan die wij laten, is voor die jongen, niet voor de spullen die we kwijt zijn. Wij hebben elkaar, dát is het belangrijkste.’’

De dag na de brand die het leven van de familie op z’n kop zette, staat er een afspraak gepland met een groep cafetariahouders die de fabriek komen bezoeken. ‘Dat hebben we gewoon laten doorgaan, want ook die zijn heel belangrijk voor ons.’

Levo

Vlnr: Frank, Birgit, Jurjen en Simon Rollingswier

Leren van fabrikanten

Een bezoek aan een fabrikant is altijd goed, zegt Rollingswier. ‘Als je ondernemer wilt worden in de horeca, begint het met passie voor het vak. Daarnaast heb je goede producten nodig, en ik kan me voorstellen dat je wilt zien hoe die worden geproduceerd. Als je ziet met hoeveel passie en liefde dat gebeurt, kun je daarvan leren.’

Schoonmaakdag overgenomen

De les hoeft overigens niet altijd over producten te gaan. ‘Een ondernemer kwam een keer op vrijdag langs. Dat is bij ons schoonmaakdag. Wanden, machines, vloeren, alles wordt schoongemaakt. Hij heeft daarna in zijn bedrijf een wasdag ingevoerd. Voorheen deden ze dat een beetje tussendoor. Dat heeft voor veel rust gezorgd in zijn zaak. Dat vind ik mooi.’

Scherp blijven als het goed gaat

Terug op het kantoor ligt het speelschema van Cambuur Leeuwarden op tafel. Voetbal leeft namelijk ook in dit bedrijf. Rollingswier maakt de vergelijking tussen volkssport nummer één en ondernemen. ‘Als ze voorstaan, dan verslapt het zootje. Waarom? Juist als het goed gaat, moet je extra scherp zijn. Dat geldt voor voetbal, voor ons bedrijf, voor cafetariahouders en voor iedere relatie. Blijf er aandacht aan besteden, anders gaat het fout.’

Op tijd nadenken over de toekomst

Op tijd stoppen is een ander devies. ‘Je moet op tijd nadenken over je toekomst. Het zou voor Levo ontzettend slecht zijn als ik als 63-jarige het beleid ga uitstippelen. Daarom heb ik me teruggetrokken. Ik heb ooit een boek gelezen van David Ogilvy. Die zei: ‘Zorg dat je de beste bent in je vakgebied. Zoek dan mensen om je heen die nog beter zijn en je kunt het rustiger aan gaan doen.’ Ik ben de rijkste man op aarde. We hebben een prachtig bedrijf, fantastische medewerkers en ik zie mijn kinderen en kleinkinderen iedere dag. Wat wil een mens nog meer?’


Reageer op dit artikel