artikel

KHN: ‘We moeten meer vertellen wat we allemaal doen’

Bedrijfsvoering 1383

Koninklijke Horeca Nederland is een belangenvereniging voor de hele horeca. Toch wordt er door ondernemers en toeleveranciers in de cafetariasector gezegd dat KHN te weinig zichtbaar is en te weinig betekent voor deze sector. Een gesprek met voorzitter Robèr Willemsen over dit en alle andere aspecten van ondernemen in een turbulente tijd.

KHN: ‘We moeten meer vertellen wat we allemaal doen’
(c) Roel Dijkstra Fotografie

Het overgrote deel van de horecaondernemer is positief over 2019. Maar liefst 72 procent heeft vertrouwen in het nieuwe jaar, zo blijkt uit onderzoek van KHN waar duizend ondernemers aan deelnamen. Zij zien kansen voor hun bedrijf en het overgrote deel gaat voor groei.

Als je kijkt naar de omzet, dan doen de fastserviceondernemers het boven gemiddeld goed (volgens de meest recente cijfers van het CBS, over het tweede kwartaal 2018). Robèr Willemsen is sinds 2016 voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland. Snackkoerier zocht hem op in zijn horecazaak, Muller & Co in Berkel en Rodenrijs

Zien jullie die positieve ontwikkelingen ook?
‘Absoluut. Maar de horeca in de breedte groeit in omzet. Toch is enige nuance op zijn plaats. De kosten stijgen aan de andere kant ook. Neem de btw-verhoging van 6 naar 9 procent. En de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) gaat er – als de wet doorgaat zoals hij er nu ligt – voor zorgen dat een flexkracht gemiddeld 8 procent duurder wordt. Dat raakt de horeca en de fastservicebedrijven daarbinnen. En dan heb ik het nog niet eens over de steeds groter wordende hap die Thuisbezorgd.nl uit de margetaart van de fastserviceondernemer neemt.’

‘Dit alles zorgt ervoor dat de winst onder druk komt te staan. Ons advies aan cafetariaondernemers is dan ook: blijf rekenen. Welke producten wil je presenteren, welke kwaliteit wil je leveren, met welke personeel wil je werken en tegen welke prijs wil je de producten serveren? Dat moet het uitgangspunt zijn.’

Een speerpunt van KHN is de platformeconomie, met name de macht van onder meer Thuisbezorgd.nl. Wat heeft KHN daarin bereikt?
‘Met onze ‘pizzapuntactie’ eind 2017 en de daarop volgende gesprekken met kamerleden en ook de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Mona Keizer, red.) hebben we er in ieder geval voor gezorgd dat het onderwerp op de politieke agenda is gekomen. Dat heeft geleid tot een motie in de Tweede Kamer die er weer voor heeft gezorgd dat er in opdracht van de staatssecretaris onderzoek wordt gedaan naar de werking van de zogenaamde pariteitsclausules in de bezorgmarkt en de hotelmarkt. Die clausules verbieden je als ondernemer om je producten op je eigen website voor een lagere prijs aan te bieden dan via het platform. Wij pleiten voor een verbod daarop.’

KHN reageert op interview met Thuisbezorgd: ‘Wel degelijk machtspositie’

KHN reageert op interview met Thuisbezorgd: ‘Wel degelijk machtspositie’

‘Er wordt gewerkt aan een Europese richtlijn of verordening die moet zorgen voor meer transparantie en meer evenwicht in de relatie tussen platforms en hun zakelijke klanten zoals de fastserviceondernemers. Een belangrijk thema hierin is het eigendom en het delen van de klantdata. Samen met onze Europese koepel Hotrec pleiten we er in Europa voor dat de klantdata ook altijd ter beschikking moet komen van de leverancier van de dienst. Of dat allemaal nu al gaat lukken, is nog de vraag, maar het is belangrijk dat er stappen worden gezet.’

Hoe kunnen ondernemers uit onder dergelijke sterke platforums? En wat doet KHN daaraan?
‘Meer eenpersoonshuishoudens, de behoefte aan gemak; het speelt allemaal een rol. Ondernemers moeten hun rug recht houden en sterke deals maken. Dat is één. En leg je niet te vaak en te lang vast. Verder ondersteunen wij lokale initiatieven. Neem De Beren, en hun eigen online platform. Zij durven het zelfs aan om rood vlees te bezorgen. Ik wil er maar mee zeggen dat ook lokale initiatieven vooruitstrevend zijn en toegevoegde waarde leveren.’

Hoe kijkt u aan tegen de fastservicesector?
‘Het is veelzeggend dat de omzet van cafetaria’s, ijssalons, lunchrooms en grote fastfoodketens het sterkst toeneemt van alle sectoren binnen de horeca. Het is een segment met mooie bedrijven. Maar er is ook een deel dat minder vooruitstrevend is, daar mis ik de wil om voor de troepen uit te lopen. Terwijl dat wel belangrijk is. Je moet als ondernemer en als sector niet wachten tot dat wet- en regelgeving op je afkomt. Ondernemers die het voortouw nemen, doen het het beste. En kijk verder dan een paar maanden vooruit. Ik snap het allemaal wel; ondernemers zijn druk met de dagelijkse gang van zaken. Met de omzet, met de klanten, met de marges. Maar het is belangrijk om de blik ook op de toekomst te richten en het beleid daarop aan te passen.’

Hoe zijn uw eigen ervaringen met de fastservicesector?
‘Als je doelt op mijn werkervaring, dan heb ik die niet echt. Binnen KHN zit de afspiegeling in de ledenraad, daarbinnen zitten ook fastservicespecialisten. De ledenraad is het hoogste besluitvormend orgaan binnen onze vereniging en stelt het beleid op hoofdlijnen vast. Ook richting de fastservicesector en de vraagstukken daarbinnen. Deze ledenraad begeleidt bovendien het transitieproces van onze vereniging naar KHN 3.0.’

‘Ja, er werd weleens gezegd dat wij bureaucratisch en inefficiënt zijn. KHN 3.0 is het verandertraject van KHN waarbij we kritisch kijken naar onze activiteiten en diensten en naar de wijze waarop de vereniging en het bedrijf zijn georganiseerd. Om toekomstbestendig te zijn, gaan we hierin zaken veranderen. We bieden horecaondernemers onder meer al meer advies, informatie en producten op maat.’

KHN publiceert handleiding om acrylamide te beperken

KHN publiceert handleiding om acrylamide te beperken

In de sector is weleens kritiek dat KHN te weinig doet en weinig zichtbaar is voor de cafetaria’s.
‘Dat snap ik. Wij moeten ook meer vertellen wat we allemaal doen, we zijn te bescheiden. En vergis je niet; een politieke lobby zoals rond de platformeconomie kost ook gewoon tijd.’

Hoeveel leden heeft KHN uit de sector fastservice?
‘5000, van de in totaal 20.000 leden. Een kwart. Dat is substantieel. En het aantal is groeiende.’

Wat heeft u sinds uw aanstelling in mei 2016 concreet betekend voor deze leden?
‘Wij hebben een aantal belangrijke speerpunten. Naast de al eerdere genoemde platformeconomie is dat goed werkgeverschap. We werken nu alweer ruim een jaar met een cao voor alle horecamedewerkers. Die geeft gelijke basisvoorwaarden en duidelijkheid voor alle horecamedewerkers. Op dit moment lobbyen we hard tegen voorstellen voor het arbeidsrecht die met de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) eind vorig jaar naar de Tweede Kamer zijn gestuurd. Deze nieuwe wet raakt de horeca, en de fastsservicesector daarbinnen. KHN heeft in mei 2018 al aangegeven dat ons belangrijkste bezwaar is dat de Wet arbeidsmarkt in balans het voor werkgevers ingewikkelder en duurder maakt. En dat bezwaar blijft staan. We vinden het verschil tussen de nieuwe lage ww-premie (die geldt bij contracten voor onbepaalde tijd waarbij ieder loontijdvak een vast aantal uren en/of loon wordt uitbetaald) en de nieuwe hoge ww-premie (die geldt voor alle andere arbeidsovereenkomsten die onder de nieuwe wet als oproepovereenkomst worden beschouwd) nog steeds te groot en niet onderbouwd. Het blijft een ‘strafheffing’ voor oproepovereenkomsten.’

‘Samen met zeven andere branches en VNO-NCW en MKB-Nederland zijn we op 11 december de campagne ‘zo werkt het niet’ gestart en is een manifest met onze bezwaren tegen het wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamercommissie voor sociale zaken en werkgelegenheid. Maar ondernemers zullen hoe dan ook zelf ook aan de bak moeten om goed schap echt invulling te geven.’

Hoe dan?
‘Nou, zet in op behoud van medewerkers. Houd niet altijd vast aan een werkweek van vijf dagen, introduceer een vierdaagse werkweek. Dat willen medewerkers tegenwoordig; de balans tussen werk en vrije is belangrijk voor hen. Dan blijf je als bedrijf aantrekkelijk, en dat is belangrijk. De komende 3 tot 5 jaar hebben we als horeca namelijk echt een uitdaging om nieuwe medewerkers aan ons te binden. Het behoud van het bestaande personeel is daarom ook zo belangrijk.’


Update

De Tweede Kamer heeft op 5 februari 2019 ingestemd met de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab); de wet waarmee de overheid de verschillen tussen vast en flexwerk wil aanpakken. In de wet zit een pakket maatregelen die het voor werkgevers aantrekkelijker moet maken om mensen een vast contract aan te bieden. Maar die maatregelen maken de wet voor de horeca juist duurder en ingewikkelder om medewerkers in dienst te nemen, zegt KHN. De branchevereniging heeft daarom de afgelopen maanden bezwaar gemaakt en meldt twee belangrijke successen.

‘KHN heeft in mei 2018 al aangegeven dat ons belangrijkste bezwaar is dat de Wet arbeidsmarkt in balans het voor werkgevers ingewikkelder en duurder maakt. En dat blijkt nu ook. Zo komt er een lage ww-premie van 2,78 procent voor vaste contracten met vaste uren en een hoge ww-premie van 7,78 procent voor alle andere contracten.

Robèr Willemsen, voorzitter van KHN: ‘Samen met zes andere brancheorganisaties hebben we de afgelopen maanden actie gevoerd. Met de campagne ‘Zo Werkt het niet’ hebben we de politiek duidelijk gemaakt dat zaken anders geregeld moeten worden. En met succes! Want er komt een uitzondering op de hoge ww-premie voor jongeren onder de 21 jaar die maximaal 12 uren per week werken. Op een uitzondering voor seizoenkrachten volgens de cao (waaronder de horeca-cao) wordt via een motie nog naar een oplossing gezocht. Een goede zaak!’.

KHN is ook blij met een kleine extra tegemoetkoming voor de loonkosten in BBL-trajecten.


Wat doet KHN om het beeld van fastservice te verbeteren?
‘Ik ken fantastische cafetaria’s en fastfoodbedrijven. Bedrijven die vooroplopen, die onwijs sexy zijn om voor te werken. Draag het uit. Daar ligt ook een rol voor KHN. We zullen nauwer samenwerken en met maatwerkinitiatieven komen. Een mooie eerste: op 21 mei organiseren wij een grote landelijke open dag: De Nationale Horecadag. Dan kunnen mensen de horeca letterlijk en figuurlijk ontmoeten.’

Doen jullie dat alleen met de ondernemers of ook met andere belangenclubs?
‘Op onderdelen is het goed om samen te werken, om elkaar op te zoeken en het saamhorigheidsgevoel aan te wakkeren. Dat doen we bijvoorbeeld inmiddels met de VCHO, de grootste brancheorganisatie voor Chinese horecaondernemers in Nederland. Dat werkt erg goed, we zijn goed in gesprek. Ook binnen de ander segmenten willen we dit meer oppakken.’

Kan dat ook over wegwerpplastic gaan?
‘Zeker. Wij vinden duurzaamheid belangrijk en begrijpen het voorstel van de Europese Commissie dan ook om plastic op termijn te vervangen voor duurzame alternatieven. Maar we vinden wel dat de alternatieve producten beschikbaar en betaalbaar moeten zijn. Samen kunnen we daar fabrikanten op wijzen. Een sector met ruim 22 miljard omzet en 440.000 medewerkers heeft echt wel wat in de melk te brokkelen.’

Reageer op dit artikel