artikel

Hier komt frituurolie vandaan

Bedrijfsvoering 258

De herkomst van producten wordt steeds belangrijker. Voor consumenten, en dus ook voor ondernemers. Het verhaal achter friet en snacks is meestal wel bekend. Maar hoe zit het met de frituurolie? Snackkoerier ging op zoek naar de herkomst van dit essentiële product en onderzocht meteen wat er gebeurt met gebruikte olie.

Hier komt frituurolie vandaan
De grootste producenten van koolzaad in Europa zijn Frankrijk, Duitsland, Polen en het Verenigd Koninkrijk.

Vast en vloeibaar frituurvet, maar ook frituurolie, bestaan vooral uit plantaardige oliën. Zonnebloemolie, sojaolie, koolzaadolie en palmolie zijn de belangrijkste grondstoffen voor frituurvet. Deze oliën worden respectievelijk gewonnen uit zonnebloemen, soja, koolzaad en palmbomen. De zonnebloemteelt vindt met name plaats in Frankrijk, koolzaad wordt verbouwd in diverse Europese landen.

‘Soja- en palmolie komen van verder weg’, vertelt Nicole Vervaet, projectleider bij MVO, de ketenorganisatie voor oliën en vetten. ‘Soja wordt vooral verbouwd in Noord- en Zuid-Amerika. De palmbomen waaruit olie wordt gewonnen – de zogeheten oliepalmen – groeien met name rond de evenaar; denk aan landen als Maleisië en Indonesië.’

Het proces om te komen van gewas tot olie bestaat uit vijf stappen. De eerste stap omvat de teelt, de oogst en het winnen van de zaden, pitten, bonen en noten uit de planten. Vervolgens gaan deze op transport naar Nederland, waar ze in speciale fabrieken worden gebroken en geplet.

koolzaad frituurolie

Koolzaad is één van de belangrijkste ingrediënten van frituurolie.

Door persen of extractie wordt de ruwe olie gewonnen. ‘Dat geldt alleen niet voor palmolie. Deze olie zit namelijk in de palmvruchten, die maar beperkt vers blijven. Daarom wordt de olie al op de plantages uit de vrucht gehaald, met behulp van speciale oliemolens. Vervolgens komt de ruwe olie naar Nederland.’

Het zuiveren van de ruwe olie is de volgende stap. Hierbij worden onder meer zuren, natuurlijke geur- en kleurstoffen en ongewenste stoffen uit de olie gefilterd. Dit is essentieel voor het waarborgen van een constante kwaliteit, geeft Vervaet aan. ‘De geur en kleur van landbouwgewassen varieert gedurende de seizoenen. Door de olie te zuiveren, haal je de oneffenheden er als het ware uit en maak je er een uniform product van.’


Aandacht voor duurzaamheid

Sojabonen en oliepalmen worden verbouwd op grote plantages. De impact op het milieu is vaak groot. Zo worden dikwijls regenwouden gekapt om plantages te kunnen aanplanten. Om gebruikers een duurzaam alternatief te bieden, zijn voor zowel palm- als sojaolie speciale duurzaamheidscertificaten in het leven geroepen. Voor palmolie is dat onder meer het Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO)-keurmerk. Eén van de voorwaarden is dat geen waardevolle bossen of natuur mag worden gekapt voor de aanleg van nieuwe plantages. Ook moeten ondernemers zorgdragen voor goede arbeidsomstandigheden. In Nederland wordt inmiddels voor 90 procent palmolie met het RSPO-keurmerk gebruikt. Ook het gebruik van duurzame sojaolie neemt toe. Hiervoor zijn soortgelijke duurzaamheidskeurmerken in het leven geroepen, waaronder Round Table Responsible Soy (RTRS) en de FEFAC-Soy Sourcing guidelines.


Hoog rookpunt

Zuiveren is ook belangrijk voor de toepasbaarheid van olie. Raffinage zorgt namelijk voor een hoger rookpunt. Frituren vereist juist oliën met een hoog rookpunt (minimaal 175 graden Celcius). ‘Het rookpunt is de temperatuur waarbij een olie gaat roken of walmen en schadelijke stoffen vrijkomen. Dit laatste gebeurt doordat bepaalde stoffen in de oliën verbranden en donker verkleuren. Door – via raffinage – oneffenheden uit de olie te halen, komt het rookpunt hoger te liggen en kun je de olie dus 10 tot 20 graden hoger verhitten.’

De 7 meest gestelde vragen over frituurvet

De 7 meest gestelde vragen over frituurvet

Vier fabrikanten

Na zuivering gaat de olie in tanks of bulkverpakkingen naar de voedingsmiddelen-industrie. Oliën zijn een belangrijk ingrediënt voor tal van voedingsproducten en dus ook voor frituurvet. De olie gaat in bulkverpakking naar de vier frituurvetfabrikanten in ons land: Remia, Vandemoortele, Levo en Royal Smilde.

Vervaet: ‘Iedere fabrikant heeft zijn eigen recept, dat bestaat uit een combinatie van verschillende oliën en eventueel aanvullende stoffen. Alle oliën hebben immers hun eigen kenmerken en smaak. Zo heeft zonnebloemolie een hele neutrale smaak, terwijl koolzaadolie meer uitgesproken van smaak is. En doordat de oliën zijn opgebouwd uit verschillende grondstoffen, kunnen ze ook een ander bakresultaat geven en verschilt de houdbaarheid.’

Vetzuren

Het aandeel en de verhouding van de verschillende soorten oliën in frituurvet kan variëren. Dit heeft er alles mee te maken dat het gedrag van een plantaardige olie grotendeels wordt bepaald door de hoeveelheid en de verhouding aan vetzuren. ‘Vetzuren horen tot de belangrijkste ingrediënten van olie; deze bepalen bijvoorbeeld het smeltgedrag. Om uniform frituurvet te kunnen produceren, moet de vetzuursamenstelling altijd hetzelfde zijn. Per seizoen of per regio kunnen er echter verschillen optreden in de vetzuursamenstelling van één individuele oliesoort. Vandaar dat de verhouding aan oliën in frituurvet wisselt; fabrikanten passen hun recept aan op de hoeveelheid vetzuren in de diverse oliën.’

Frituurvet en -olie: tips en trends

Frituurvet en -olie: tips en trends

Op en top duurzaam

Het frituurvet dat in de horeca wordt gebruikt, mag na afloop niet in de afvalbak; ondernemers zijn verplicht om dit op een goede manier te laten verwerken. Ons land kent diverse bedrijven die de gebruikte vetten komen ophalen. Meestal worden deze via een speciaal procedé verwerkt tot biodiesel. Gebruikt frituurvet is namelijk de meest groene grondstof voor het maken van biobrandstof.

‘Het proces om biodiesel te maken uit gebruikt frituurvet omvat twee stappen’, vertelt Vervaet. ‘Allereerst wordt het frituurvet gezuiverd. Speciale bedrijven scheiden het plastic van de olie en laten de inhoud bezinken, waardoor de pure olie komt bovendrijven. Tijdens dit proces wordt het vet of de olie gescheiden van vocht en onoplosbare bestanddelen; denk aan frituurresten. Dit
zogeheten smeltresidu wordt gebruikt in biogas- en/of composteerinstallaties.’

De pure olie wordt omgezet in biodiesel; een proces dat verestering heet. Door het toevoegen van methanol en een katalysator, wordt de glycerol in de olie vervangen door methanol. Zo ontstaat biodiesel. ‘Dit proces is uiterst efficiënt: 99 procent van het frituurvet wordt namelijk omgezet in biodiesel. Auto’s op biodiesel rijden dus in feite op frituurvet. Hiermee is de cirkel rond: gebruikt frituurvet is een schoolvoorbeeld van duurzaamheid.’


Inzamelen loont

Een cafetaria kan ook inzamelpunt worden voor het gebruikt frituurvet van consumenten. Op deze manier draagt de zaak bij aan een groene samenleving én worden extra inkomsten gegenereerd. Meer weten? Kijk op Frituurvetrecyclehet.nl.


 

Reageer op dit artikel